Jaya Pub

De laatste volledige dag in Indonesië moet natuurlijk een bijzondere zijn. Omdat we al zoveel barre tochten en spannende avonturen hadden meegemaakt, besloten we er vandaag een relaxed dagje van te maken.

De eerste middagactiviteit bestond uit het bezoeken van de salon, waar Bowo en Jaya zich lieten trakteren op een uitgebreide massage. Als herboren stapten we weer in de auto om door te rijden naar een souvenir- en antiekwinkel. Hier wisten we nog wat leuke items te scoren. Alleen zo jammer dat onze koffers maar een gelimiteerde grootte hebben!

‘s Avonds vervoerden we ons naar de Jaya Pub. Dit bruine café heeft ook een vestiging in Rotterdam en oogt zowaar ouderwets Hollands gezellig. We genoten hier van een heerlijk diner. Het lokale bier testten we terloops ook uitgebreid, het was namelijk happy hour. De live muziek, gecombineerd met de sfeervolle omgeving en vriendelijke bediening, maakten dit bezoek meer dan geslaagd. Na de Jaya Pub vonden we tijd worden voor iets stevigers, dus we begaven ons naar de Block M, het beveiligde straatje waar een aantal gezellige cafés en discotheken in Jakarta zich bevinden.

Als eerste deden we de D’s Place aan. Dit danscafé kenmerkte zich, behalve door de pittige muziek, door de dansvloer die uitsluitend werd bevolkt door – zeker voor Indonesische begrippen – schaars geklede hitsige dames. Dit onwerkelijke tafereel was het zoveelste bewijs dat Indonesië niet in een vakantie te begrijpen valt. Omdat dit schouwspel, hoewel voor onze mannenogen niet onaardig, toch wel erg buitenaards overkwam, zochten we ons vertier toch al snel in een andere tent.

De Oscar, reeds bekend van twee voorgaande stapavonden, werd ook vandaag ons eindpunt. Hier lieten we ons tot sluitingstijd vermaken met alle ingredienten die een goed avondje stappen moet bevatten. Moe maar zeer voldaan keerden we terug om onze laatste nachtrust in Indonesie door te brengen; onze missie is bijna volbracht, morgen moeten we onze koffers – en onze biezen – alweer pakken!

Terug naar Holland

Het avontuur in Indonesië was nu echt voorbij, de terugreis naar “Holland”, zoals echte Nederlandse expats hun thuisland noemen, moest worden aanvaard. Zondagmiddag om 18:30 plaatselijke tijd stond onze Airbus op ons te wachten. Na exact 1 uur en 40 minuten vliegen maakten we een tussenstop in Maleisië op het vliegveld van Kuala Lumpur. Bowie en Stefan hadden het er maar zwaar mee, met de enorme takkenbossen die ze mee moesten zeulen.

Ik had het trouwens nog even benauwd om de douane door te komen, het doosje kroepoek dat ik van Mala had gekregen bleek er erg verdacht uit te zien. Maar toen ik aan de vervaarlijk uitziende militair uitlegde wat de inhoud van het doosje behelsde kon deze een grijns niet onderdrukken. Ik mocht gelukkig mijn reis onvoorwaardelijk vervolgen.

Omdat we op Kuala Lumpur Airport dik 2 uur te besteden hadden voordat we in onze Boeing 747 konden stappen, besloten we een traditie in ere te houden en de lokale Starbucks aan te doen.

Evenals op de heenreis smaakte het “Bakkie Kuala Lumpur” ons weer uitstekend. Het vliegveld bleek bovendien een aantal interessante winkeltjes te bevatten, en aangezien we nu minder vlieguren in de benen hadden dan op de heenreis, konden we er beter van profiteren. Na wat “casual shopping” meldden we ons bij de terminal voor onze laatste, lange tocht huiswaarts.