Plan plan

Vandaag begonnen we plan plan, rustig aan. Na een ontbijtje en een verfrissende douche, zetten we koers naar Taman Mini. Dit is een soort Madurodam van Indonesie. Elke bevolkingsgroep en eiland is vertegenwoordigd in het klein met een tempeltje of wat kenmerkende huisjes. Zo bezochten we binnen één dag Bali, Sumatra, Molukken, Borneo en nog vele andere gebieden in Indonesië.

In Taman Mini hebben we flink wat uurtjes rondgelopen. Behalve de stukjes culturele vertegenwoordiging waren er ook diverse musea. Deze kenmerkten zich vooral door leegstand en achterstallig onderhoud. Het budget bleek op te zijn. Waar in elk ander publiek gebied dozijnen mensen te vinden waren die gras knippen, kaartjes controleren en bewaken, was het hier relatief gezien erg stil. Leuk was het spoorwegmuseum, met oude stoomtreinen uit de Nederlandse periode.

In de Indonesische taal blijken nogal wat Nederlandse woorden te zitten. O.a.: taksi, informasi, transportasi, merk, type en gratis. Altijd makkelijk. Aan het eind van de middag maakten we een korte tussenstop in de enorme shopping mall Lipo Karawaci, waar we genoten van een lekker maaltje en een behandeling bij de kapsalon. Bowie was spekkoper met een uur durende behandeling die bekend staat als “créme badje”. Naar eigen zeggen: ideaal!

De avond hebben we doorgebracht in twee cafés. Het Hollands café, waar je bijna meer Europeanen ziet dan in Europa was een aparte, maar wat ons betreft eenmalige ervaring. In het danscafe dat we daarna aandeden hebben we het meer naar ons zin gehad. Hier hebben we flink wat biertjes soldaat gemaakt bij de poule tafel en zijn we flink los gegaan op de dansvloer. Opa en Mala gaven zelf het goede voorbeeld. De heupen van opa bleken nog behoorlijk soepel! Aan aandacht geen gebrek en met live muziek van een herboren Indo-Elvis kregen we een ideaal slot van de dag.

Vakantieritme

Eindelijk zitten we dan toch in een echt vakantieritme want ook al start het dagelijkse leventje van de vaste bewoners in Pamala Land (een samenvoegsel van Pa en Mala) al om 6 uur, wij moesten de vorige avond nog even verwerken en kwamen daarom pas zo rond 12:00 uur onze kamers uit waggelen.

In zo’n geval kun je het beste de “breakfast” en de “lunch” samenvoegen tot simpelweg een “brunch”. Hierna moesten we maar weer even uitbuiken en bijkomen. Het volgende programmapunt behelsde een frisse duik in een nabij gelegen zwembad. Opmerkelijk is trouwens nog dat de plaatselijke bevolking soms compleet gekleed in de zwembaden lag, er werden zelfs speciale zwemhoofdoekjes gesignaleerd.

Na zo’n rustig dagje groeit toch wel langzaam de behoefte tot wat meer activiteit en daarom besloten we om een hapje buiten de deur te nuttigen. Op naar de Matahari!

Samen met Angga (zoon van Mala) en Ari (broer van Mala) gingen we eerst een lekker prakkie te eten bij “Steak 21″, want na elke dag rijst hadden we gewoon weer eens trek in een echt laki-laki-menu (laki-laki betekend: mannen!) bestaande uit vlees en patat!

Vervolgens hebben we in de stad gezocht naar een gezellige tent om een pilsje te drinken. Nu is het zeker geen probleem om een bar of discotheek te vinden met een liveband, maar het kan wel eens lastig zijn om er een te vinden waar meer bezoekers zijn dan er personeel is. Na twee tegenvallertjes besloten we dan ook om voor het gegarandeerde succes te gaan van de avond ervoor en eindigde de dag weer in de “LIPS”.

Thee, saté en de botanische tuinen

Zaterdagmorgen waren we redelijk vroeg uit de veren, want ‘s avonds een laki-laki dan ook ‘s ochtends een laki-laki. Na een goed ontbijtje vertrokken we samen met Ari, Mala, Lia en onze ouwe koloniale Opa naar Puncak-Pass, dit zijn grote thee plantages in de bergen.

De Puncak-pass werd bereikt na een rit van ruim twee uur. De weg slingerde berg opwaarts en overal langs de weg stonden klein golfplaten marktkraampjes. Helemaal boven kwamen we aan bij een restaurant. Hier konden ze volgens Opa en Mala hele goeie saté maken.

En inderdaad, onder het genot van een uitmuntend geregen stukje kips- en lamsvlees konden we met volle teugen genieten van het overweldigende uitzicht over de thee-plantages. Natuurlijk ontbrak de zelf geoogste thee niet aan onze lunch. Het werd bij iedereen in een hoog tempo in grote mokken opgediend.

Op de weg terug hebben we in een rustig tempo nog wat kraampjes bezocht en kochten daar een lokale lekkernij genaamd kroepoek bayam (een soort gefrituurde spinaziebladeren). Tijdens deze wandeling werden we wederom op gepaste afstand bijgestaan door onze blitse Panter wagen om daar enige tijd later weer in te stappen en naar de Botanische tuinen te rijden.

De Botanische tuinen vormen een enorm natuurreservaat waar allerlei verschillende bomen bij elkaar zijn gebracht. Niet alleen bomen uit Indonesië maar uit de hele wereld. We hebben daar een wandeling gemaakt die uiteindelijk bij een prachtige waterval uitkwam.

Op de terugweg naar de auto struikelden we bijna over een kudde apen, en hebben we menig aap op de gevoelige plaat vast weten te leggen!

Bijzonder om te zien hoe behendig deze dieren zich hoog tussen de boomtakken door slingeren.

‘s Avonds gingen we na wat glaasjes whiskey en enkele sigaartjes bijtijds ons welverdiende uiltje knappen.